Wetenswaardigheden.

 
Geschiedenis van Tsjechi
 
Tsjechi, met als hoofdstad Praag, heeft een woelige geschiedenis gekend. De samenstelling van de bevolking, met haar etnische verscheidenheid, leidde tot een kleurrijke en bloeiende historie.
Van de vierde tot de eerste eeuw voor Christus werd Tsjechi bevolkt door Keltische stammen, waarvan er n, de Boii of Bojers, zijn naam aan de landstreek Bohemen heeft gegeven. De Slaven arriveerde in de vijfde eeuw na Christus. Tsjechische stammen hadden zich gevestigd in het stroom gebied van de rivier de Moldau (Vltava), terwijl de Slowaken in een meer oosterlijke streek bleven.
 
De Premysliden
Volgens de overlevering werd Praag gesticht door Libuse, de stammoeder van de Premysliden. Deze dochter van de Tsjechische vorst Krok zou op de heuvel Vysehrad samen met haar zusters Teta en Kascha recht hebben gesproken. Het geslacht van de Premysliden zou meer dan 500 jaar over het Boheemse volk regeren. Libuse voorspelde over de stad Praag: "Ik zie een stad, wier roem ooit aan de sterren zal reiken". De Premysliden vestigden zich op de heuvels Vysehrad en Hradschin waar ze in het midden van de negende eeuw versterkte burchten bouwden. In het gebied tussen de twee burchten ontwikkelde zich de stad Praag.
 
De Byzantijnse missionarissen Cyrillus en Methodius begonnen met de kerstening van het rijk. In 873 liet de eerste hertog de Tsjechen, Boriwoj I en zijn vrouw Ludmilla zich dopen. Hun kleinzoon was Wenceslas I.
Onder Wenceslas I werd Bohemen onderdeel van het Heilige Roomse Rijk. Wenceslas wordt vereerd als een van de eerste en belangrijkste heiligen en schutspatronen van Bohemen. In 1086 werd Wratislav I tot de eerste Boheemse koning gekroond. Onder zijn bewind bereikte Praag een tot dan toe ongekende welstand. Onder Ottokar II (1253 - 1278) bereikte het Boheemse koninkrijk zijn grootste omvang. Na de verwerving van Oostenrijk, Stiermarken en Karinthi omvatte het Premyslidenrijk het grootste deel van Centraal-Europa.
Maar dit duurde niet lang; de Duitse keurvorsten ontnamen na een bloedige veldslag alle Oostenrijkse gebieden en brachten het Boheemse rijk terug tot zijn oorspronkelijke gebiedsgrootte. Met de moord op Wenceslas III in 1306 kwam er een einde aan de dynastie van de Premysliden.
 
Praag, juweel aan de Moldau
In 1310 verzekerde de Duitse koning Hendrik VII zich van de heerschappij over het Boheemse rijk door zijn zoon Johan uit te huwelijken aan Elisabeth, de laatste der Premysliden. Na de regeerperiode van Johan van Luxemburg, werd zijn zoon Karel IV in 1355 tot keizer van het Heilige Roomse Rijk gekroond.
De regering van Karel IV, die Praag tot hoofdstad van het keuzerrijk maakte, betekende een hoogtepunt in de geschiedenis van Bohemen. Met recht wordt hij tot op heden de "Vader des Vaderland" genoemd. Deze periode werd gekenmerkt door een opbloei op economisch, cultureel en intellectueel gebied. De keizer liet in 1348 de Praagse Karelsuniversiteit stichten, de eerste universiteit van Centraal-Europa. Het aartsbisdom werd afgekondigd en er werd begonnen met de bouw van de nieuwe Sint-Vitusdom en de Tynkerk. De beroemde Karelsbrug werd gebouwd en Karel IV liet ook de kroonjuwelen vervaardigen, de legendarische Tsjechische Vaclavkroon. Aan deze periode van voorspoed kwam een einde met het overlijden van Karel in 1378.
Tijdens het bewind van zijn zoon en opvolger, Wenceslas IV, werd Praag n van de mooiste steden van Europa.
Wenceslas verplaatste zijn residentie van de Hradschin, de Praagse burcht, naar het Koningspaleis in de oude stad. Hij kreeg echter ook te stellen met grote sociale en religieuze spanningen. Tijdens het bewind van zijn vader had Bohemen blood gestaan aan sterke Duitse invloed, waardoor het Tsjechische deel van de bevolking zich benadeeld voelde. De Tsjechen vormden een maatschappelijk zwakke laag, terwijl de adel, de rijke burgerij en de geestelijkheid overwegend Duits waren. Daar kwam nog bij dat de grote wereldlijke macht en de rijkdam van de kerk kwaad bloed zette bij de minder bedeelden.
Zo ontstond een religieuse-nationalistische massabeweging die zich schaarde achter Johannes Hus (1369 - 1415). Deze docent aan de Karlsuniversiteit en predikant van de Bethlehemskapel keerde zich tegen de wereldlijke macht en de bezittingen van de kerk en verspreidde het gedachtegoed van de Reformatie. Hus sprak de Tsjechen toe in hun eigen taal en pleitte voor betere nationale en sociale verhoudingen.
De volgelingen van Hus staan bekend als de Hussieten. Johannes Hus werd wegens ketterij veroordeeld tot de brandstapel. In Bohemen liepen de woede en frustatie door dit voorval hoog op. De onvermijdelijke uitbarsting kwam in 1419, toen een deel van de Praagse bevolking de aanwezige raadsheren uit het raam van het raadhuis van Nove Mesto wierp, de eerste Prager Fenstersturz. De Hussietsche leer vond al snel gehoor in heel Bohemen. Geestelijken en leken verkondigden een rijk waarin alle mensen gelijk waren en waarin de Heilige Schrift de enige ware bron van het christelijk geloof was.
 
Tsjechisch nationalisme
Het land kwam in 1526 onder Habsburgs bewind. Ferdinand I nam toen twee belangrijke beslissingen: hij stelde het opvolgingsrecht voor de Habsburgers op de Boheemse troon vast en ter versterking van de Katholieke kerk haalde hij de jezueten naar Bohemen.
In 1575 werd Rudolf II van Habsburg tot koning van Bohemen en later als Rudolf II tot keizer gekroond. Hij riep Praag weer uit tot rijkshoofdstad en er brak een nieuwe bloeiperiode aan voor de stad. Doordat Rudolf een grote schare intellectuelen en kunstenaars van naam naar zijn hof haalde, werd Praag n van de belangrijkste cultuurcentra ten noorden van de Alpen. Op politiek vlak werd hij echter gedwongen om de protestantse Boheemse adel, die zich weer wist op te werken, het recht te verlenen op vrije uitoefening van godsdienst.
Gedurende vele eeuwen was het Tsjechische nationalisme een drijfveer achter de politieke en sociale ontwikkelingen. Zo perkte de verlicht despoot Jozef II (1765 - 1790) de macht van de katholieke kerk in, schafte hij de lijfeigenschap af en liet hij onderwijs in de Tsjechische taal toe. Het nationalisme richte zich zowel tegen de Oostenrijkse overheersing als tegen de daarmee gepaard gaande onderdrukking van de Tsjechische taal en cultuur. Maar met het groeiende nationalisme in de negentiende eeuw werd het steeds moeilijker de eensgezindheid tussen de verschillende etnische groeperingen, Duitstalige Oostenrijkers, Hongaren, Kroaten, Serven, Slowenen, Tsjechen, Polen, Roemenen en Italianen, te handhaven. Rond 1867 wisten de Hongaren een grotere machtspositie te veroveren en ontstond er een dubbele staat: Oostenrijk-Hongarije. De geliefde keizer Frans Jozeph en zijn vrouw Eliszbeth (Sissi) waren van groot belang voor de stabiliteit van het rijk. Dat evenwicht werd ruw verstoord op 28 juni 1914, toen troonopvolger Franz Ferdinand in Sarajevo werd doodgeschoten. Het gevolg was de Eerste Wereldoorlog. De triomf van het Tsjechisch nationalisme kwam op 28 oktober 1918, toen de onafhankelijke Tsjechoslowaakse Republiek werd uitgeroepen. Na tien eeuwen waren de Tsjechen en de Slowaken weer herenigd. Slowakije was immers na de teloorgang van het Groot-Moravisch Rijk door de Magyaren ingelijfd bij Hongarije. De Hongaarse dominatie had zich, zelfs binnen het Habsburgse keizerrijk, tot 1918 weten te handhaven.
De onafhankelijkheid van Tsjechoslowakije zou van korte duur zijn. Duitsland keek begerig naar het oostelijke buurland (Sudetenland), waar enige miljoenen Duitsers woonden die sinds 1918 de Tsjechoslowaakse nationaliteit bezaten. In 1939 bezetten de Nazi's Bohemen en Moravi en stichtten het "Protectoraat Bohemen-Moravi". Slowakije werd een onafhankelijke Duitse satellietstaat. Het lot van de Joden was gruwelijk. Van de 40.000 joden in Praag, de meeste Duits, werden er 36.000 in de gaskamers van Auschwitz vermoord. De bevolking vocht echter terug. Op 5 mei 1945 brak er in Praag een opstand uit tegen de bezetter. Op 9 mei werd de hoofdstad door de Russen bevrijd. Na de bevrijding werden de wandaden van de Nazi's vergolden met de uitwijzing van het grootste deel van de Duitse bevolking.
 
Van communistische heilstaat tot lid van de Europese Unie
Na de Tweede Wereldoorlog werd in Tsjechoslowakije gestreefd naar een staat naar socialistisch model. In 1946 werden er vrije verkiezingen gehouden, waarbij de Communistische Partij als sterkste uit de bus kwam. Twee jaar later schafte de partij de democratie af en maakte van Tsjechoslowakije een communistische staat.
De hervormingsgezinde partijleider Alexander Dubcek luidde in 1968 een periode in van een tot dan toe in het communisme ongekende liberalisering. Deze nieuwe vrijheid staat bekend als de Praagse Lente. De leider stond een politiek voor waarin respect voor de mensenrechten en de democratie een belangrijke plaats innamen. Dubceks "Socialisme met een menselijk gezicht" was echter geen lang leven beschoren. De machthebbers van de socialistische broederlanden keken met grote afkeuring naar de gebeurtenissen in Tsjechoslowakije en op 21 augustus 1968 maakten de tanks van het Warschaupact een einde aan de zojuist verworven vrijheden.
Uit protest tegen de overval op zijn land pleegde de Praagse student Jan Palach in het openbaar zelfmoord door zich in brand te steken op het Wenceslaplein. Hij werd het van symbool het onderdrukte volk.
 
In januari 1989 werd Vaclav Havel samen met een aantal andere dissidenten, gearresteerd bij een herdenkingsbijeenkomst voor Jan Palach. Hierop ontstonden massabetogingen in Praag. die gesteund werden door buitenlandse ministers en staatslieden. Ondertussen ging er in het land een petitie rond waarin democratische hervormingen werden geist. Als gevolg hiervan begon op 17 november 1989 de Fluwelen Revolutie, met massale demonstraites in Praag en andere steden. Na miljoenen stakingen van de Tsjechische beroepsbevolking trad het Politburo in november 1989 af en werd de bepaling over de leidende rol van de communistische partij uit de grondwet geschrapt. In afwachting van vrije verkiezingen werd een nieuwe regering opgericht met Vaclav Havel als president en Alexander Dubcek als parlementsvoorzitter.
Op 1 januari 1993 viel Tsjechoslowakije uiteen in twee staten: Tsjechi en Slowakije. Om de Tsjechische economie binnen de kapitalistische westerse wereld levensvatbaar te maken, was er maar n mogelijkheid, invoering van een markteconomie en privatisering van het grootste deel van het Tsjechische bedrijfsleven. In mei 2004 zal Tsjechi, samens met negen andere landen, toetreden tot de Europese Unie.
 
Geografie:  
Oppervlakte: 78.864 Km2 (Praag 496 Km2) - Nederland 41.526 Km2
Aantal inwoners: ca. 10 miljoen, 1,2 miljoen in Praag.
Tsjechi wordt omgeven door middelhoge gebergte (tot 1600 m.).
Het binnenland is heuvelachtig met uitzondering van de Elbe- en Hanavlakte.
Het is een bosrijkland, en bestaat hoofdzakelijk uit naald- en loofbossen.
Belangrijkste rivieren zijn de Vltava (Moldau), Labe (Elbe), Morava (March) en de Odra (Oder)
 
Bevolking:
De Tsjechische Republiek kent twee belangrijke etnische bevolkingsgroepen: de Tsjechen en de Moravirs. Van de bevolking beschouwt 81,2 % zich Tsjechisch en 13,2 zich Moravisch. Naast 3 % Slowaken maken andere nationaliteiten als Polen, Hongaren en Duitsers geen van drien meer dan 0,5 % van de bevolking uit.
Een minderheid in de Tsjechische Republiek vormen de zigeuners of 'Romani'. Deze bevolkingsgroep heeft veel te verduren van vooroordelen en discriminatie, waardoor slechts 0,3 % van de bevolking zich tot deze groep rekent. Deze bevolkingsgroep is echter veel groter, schattingen van 2,4 tot 2,9 %. Onder druk van de Europese Commissie probeert de Tsjechische Regering de situatie van de zigeuners te verbeteren.
Sinds begin jaren negentig daalt de populatie van de Tsjechische Republiek. Tussen 1990 en 1999 daalde het bevolkingsaantal van 10,34 naar 10,28 miljoen. De daling wordt verklaard uit de sterkere daling van het geboortecijfer tussen 1990 van 12,6 per 1000 inwoners naar 8,8 in 1998, dan de daling van het sterftecijfer tussen 1990 van 12,5 per 1000 inwoners naar 10,6 in 1998. Verwacht wordt dat deze trend het komend decennium doorzet.
Bijna 65 % van de bevolking is tussen de 15 en 60 jaar; slechts 17 % is jonger dan 15. Door de toenemende vergrijzing ontstaat een grote druk op de sociale voorzieningen. De overheid stimuleert pensioenopbouw door pensioenbetalingen boven een betaald bedrag aftrekbaar te maken voor de belasting. De minimale leeftijd waarop aanspraak gemaakt kan worden op een pensioen wordt verhoogd van 50 tot 55.
De bevolking is redelijk evenredig over de Tsjechische republiek verspreid. Slechts zo'n 20 % van de Tsjechische bevolking woont in de vijf grootste steden en 34,6 % woont in steden met meer dan 50.000 inwoners. Praag is de enige stad met meer dan 1 miljoen inwoners. De landelijke bevolkingsdichtheid bedraagt 131 per vierkante kilometer en is laag in vergelijk met andere West-Europese landen.
 
Geloof:
De meeste Tsjechen zijn ongelovig. Ongeveer 40% van de inwoners is Rooms-katholiek, maar weinigen gaan ter kerke. Daarnaast zijn er hussieten, Boheemse broeders, evangelischen (lutheranen, presbyterianen, gereformeerden), orthodoxen, baptisten, hernhutter, methodisten en joden. Uit een opiniepeiling van begin 2000 blijkt dat 73% der Tsjechen zichzelf athest noemt.
 
Politiekepartijen:
ČSSD (Tsjechische Sociaaldemocratische Partij) 2002 - 30,2 %
ODS (Burgerdemocratische Partij) 2002 - 24,5 %
KSČM (Communistische Party) 2002 - 18,5 %
KDU-ČSL (Christelijke Democratische Unie - Tsjechische Volkspartij) coalitie 2002 - 14,3 %
US-DEU (Vrijheidsunie - Democratische Unie)
DZJ (Gepensioneerden voor een Zeker Bestaan)  
SZ (Groene Zijde)  
Voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers bestaat en kiesdrempel van 5%
Parlement van Tsjechi.
In Tsjechi bestaan vakbonden, maar van een echte "protestcultuur" is nog steeds geen sprake. De grootste vakbond is CMKOS.
 
Media
Nationale radio: Radio Praha, Radio-TV.
Nationale TV: Nova-Tv, Ceska-TV.
Met de RealAudioPlayer kunt u live luisteren naar de volgende radiostations: Dobre Rano, Svet kolem nas, Tema Tydne en Omnibus.
 
Economie
In december 2002 is het wettelijk minimum maandloon door de regering vastgesteld op 6200 kronen ( 198,-). 
Het gemiddelde netto maandloon bedroeg in 2002, 15.700 kronen ( 502,-). Een leraar aan de basisschool verdient gemiddeld 13.000 kronen ( 416,-) per maand. Ongeveer 3% van de bevolking verdient meer dan 30.000 kronen ( 960,-) per maand.
 
Gewoonte`s
Een man gaat een restaurant of caf altijd eerst binnen, nooit de vrouw. En dat heeft niets met opschepperij te maken, maar betekent gewoon dat de vrouw niet "vrij" is. Tsjechische vrouwen staan er ook op dat de man als eerste binnengaat.
Lege borden worden meteen afgeruimd, ook als de tafelgenoten de maaltijd nog niet beindigd hebben. Voor Tsjechen is dat heel normaal. Voor ons is dat wennen. Ons gebruik om met afruimen te wachten tot iedereen de maaltijd heeft beindigd, dat zullen de Tsjechen als ongepast ervaren.
Neem geen glazen, asbakken of zelfs bierviltjes ongevraagd mee. Dat wordt als diefstal beschouwd en kan je in ernstige moeilijkheden brengen.
Een maaltijd stel je zelf samen, je kiest het hoofdgerecht, maar de aardappelen, rijst of patat moet je apart bestellen. Die zijn niet in de prijs van het hoofdgerecht inbegrepen.
Buiten bij het restaurant hangt verplicht een prijslijst. Met daarop het gewicht (in grammen) van de hoeveelheid vlees of vis aangegeven. Staan er versnaperingen op tafel zoals bv. nootjes, gezouten koekjes, en je eet ervan dan moet je dat betalen.
Fooien: De Tsjechen passen de volgende regel toe, afronden naar boven. Gewoonlijk naar een hoger tiental, geen honderdtal, Geef als toerist een fooi van 5 tot 8%. Nooit overdrijven!. En ben je niet tevreden, geef je geen fooi. Fooien geeft men aan obers, portiers, kamermeisjes, bagagedrager, taxichauffeurs, etc. Een fooi (vooraf) garandeert natuurlijk geen perfecte bediening, maar soms helpt het wel (vooral bij hotels bij een meerdaags verblijf of aan bewakers van pakeerplaatsen).
Vrijwel in elke drinkgelegenheid kan men (eenvoudig) eten. Zo kan men ook terecht in een eetgelegenheid voor alleen maar een glaasje.
Restaurace Een traditioneel restaurant (geen kwaliteits aanduiding).
Vinrna Wijnherberg, dikwijls een beter restaurant.
Kavrna Koffiehuis, je kan er ook wijn of bier bestellen, gebak en lichte maaltijden.
Pivnice Bierherberg, eenvoudige gerechten als goulasch en varkensvlees met zoetzure kool en knoedels.
Vinn sklep Wijnkelder.
Hospoda Buurtcaf.
Hostinec Buurtcaf, zelfde als Hospoda.
Bufet Lichte maaltijden, aan een buffet verkrijgbaar, die je staand aan een hoge tafel op eet.
Jdelna Letterlijk eetzaal, dikwijls een gelegenheid waar bedrijfspersoneel `s middags kunnen eten, en betalen m.b.v. maaltijdbonnen.
Občerstven Kiosken waar men gebraden worsten, hamburgers, broodjes en drank verkopen.
 
Feestdagen of jaarlijks terugkeerde culturele evenementen.
1 januari Restauratie van de Tsjechise onafhankelijkheid.
6 januari Formeel eind van de kerstperiode.
19 januari Dag die in het teken staat van een student die zichzelf in brand stak als protest tegen de Russische bezetting (1969).
7 maart Geboortedag van de eerste president van Tsjechoslowakije, Garrigue Masaryk.
april Pasen.
april Paasmaandag.
30 april Heksen verbranding.
1 mei Dag van de arbeid.
5 mei Herdenking van de opstand tegen de nazi bezetters voor de komst van de Russen.
8 mei Bevrijding Tweede Wereldoorlog (1945).
12 mei tot 4 juni Internationaal muziekfestival met klassieke muziek in Praag.
5 juli De dag van de komst van de Slavische apostelen Cyrillus en Constantijn naar Tsjechi.
6 juli Meester Jan Hus.
september Praags Mozart Festival.
28 september Dag van de Tsjechische staat, sterfdag H. Wenceslas.
28 oktober Nationale feestdag, voor onafhankelijkheid van Tsjechslovakije in 1918.
17 november Dag van de strijd voor vrijheid en democratie, begin fluwelen Revolutie (einde van het communisme).
5 december Sinterklaas.
24-25-26 december Kerstmis, 3 dagen.
Hou er rekening mee dat tijdens de meeste van deze feestdagen alle winkels gesloten zijn.